Bewitched cartoon Samantha
 

Image: Table Top

 
 

Zintuigen Van De Kat

Springen, sluipen, sprinten, klauteren: alles voor dat ene doel, de jacht. Geen enkele kat kan het laten om op muizen te jagen en alle (bijna vier dozijn) kattensoorten beginnen het jagen op dezelfde manier: met neus, ogen en soms de oren wordt de prooi waargenomen.

kat kijkt naar vis in komOgen: katten zijn (net als mensen) voornamelijk oogdieren en hun gezichtsvermogen is overeenkomstig ontwikkeld. Rond 400.000 zintuigcellen per vierkante millimeter vangen licht en beweging in een veld van 180º. Katten zien vormen en kleuren niet zo goed als wij, maar ze hebben op ons voor dat ze goed kunnen zien bij elke lichtsterkte (daarvoor zorgen de staafjescellen, waarvan er in een kattenoog meer zitten dan de kegelcellen die verantwoordelijk zijn voor het zien van vormen en kleuren). Bij scherp licht worden de pupillen klein (een verticale millimeterdunne streep); bij schemerdonker kan ze haar pupillen verwijden tot ze bijna even groot zijn als de iris.

 
  Image: Table Bottom  
  

 

 
 

Image: Table Top

 
   
  Image: Table Bottom (with top link)  
  

 

 
 

Image: Table Top

 
 

In het donker wordt ook het tapetum lucidum actief; dit is een op de achterwand van het oog liggende laag die de invallende resterende lichtstralen reflecteert. Voor ons is dit tapetum lucidum 's nachts zichtbaar bij het licht van een zaklantaarn: de reflex zorgt dan voor een ijsblauwe of gloedrode fonkeling. Als een kat opzij wil kijken draait ze haar hele kop; bijzonder aan het kattenoog is het derde ooglid, het zogenaamde knipvlies, dat in de binnenste ooghoeken zit en als bescherming over de pupil schuift als een vreemd voorwerp het oog raakt.

katten met groeiende orenOren: de oren zijn speciaal ontworpen om een prooidier snel te kunnen lokaliseren: de oorschelpen zijn uiterst beweeglijk (los van elkaar) en kunnen geluiden van voor, achter, boven of onder waarnemen. Trillingen tot 50.000 Hz (dus supersonische golven) maar ook lage frequenties worden door het oor van de kat waargenomen. Dat uitstekende gehoor komt de kat vooral bij de muizenjacht goed van pas omdat knaagdieren contact met elkaar en met het nest houden door piepgeluiden met een hoge frequentie, (wij mensen kunnen die niet horen). Die zachte toon verraadt de kat niet alleen waar het nest is, maar ook waarheen en met welke snelheid haar prooidier zich beweegt. Ze kan er dus 'blind' op springen.

kat met vlieg op neusNeus: met de ongeveer 200 miljoen reukcellen achter dat kleine voor ons zichtbare neusje, is de kat qua reukzin veel beter uitgerust dan wij. Toch is de reukzin voor katten niet zo belangrijk; ze gebruikt die alleen voor haar seksuele leven en het herkennen van voedsel maar een kat volgt nooit het geurspoor van een muis en ze onderzoekt ook niet of de lucht de geur van een mogelijke prooi mee voert: de buit wordt pas besnuffeld als ze gevangen is. Haar eigen geur en die van de concurrentie herkent ze overal waar de via de geurklieren op de voetballen of het lichaam afgescheiden aromastoffen aan vaste voorwerpen zijn blijven kleven. Een kat probeert altijd op haar 'bezit' haar eigen geurstempel te drukken. Dat doet ze door het beroemde 'kopjes geven': de klieren op de kaken geven tijdens het 'kopjes geven' geurstoffen af.

Tong: de tong is voorzien van smaakpapillen, maar het is minder de smaak dan de geur van voedsel die de eetlust van de kat opwekt en haar goed van slecht voedsel laat onderscheiden, de tong vervult vooral andere functies. Dat een kattentong aanvoelt als een ruw schuurpapier, komt door de verhoornde tapjes die erop zitten. Deze tapjes zijn zo ruw dat ze zonder moeite vlees kunnen stuk wrijven en botten kunnen afvijlen. Dankzij dat ruwe oppervlak is de tong ook in staat vloeistof naar de mond te brengen doordat die tussen de verhoornde papillen blijft zitten. Katten schijnen geen smaakpapillen voor zoet te hebben, maar kunnen wel de smaak van gevogelte, rund- of lamsvlees onderscheiden.

Vacht: alle haren van de kattenvacht reageren meer of minder gevoelig op aanrakingen en temperatuurverschillen. De eigenlijke tastharen zitten op de bovenkaak, boven de ogen en aan de binnenzijde van de voorpoten. Deze stijve, meestal witte, harde haren, zitten geworteld in supergevoelige bloedzakjes en kunnen gecontroleerd bewogen worden. Een kat die in het pikkedonker over een onbekend terrein moet, spreidt al haar tastharen zo ver mogelijk van zich af. Elke aanraking van de punten wijst op een hindernis en laat haar stoppen. Als ze bekende voorwerpen nadert, buigt ze haar snorharen in een halve kring rond haar om de temperatuur en de vorm te bepalen, tot ze het mysterieuze ding raken. De snorharen hebben nog een andere functie. Als de kat een prooi of een van haar jongen in haar bek draagt, legt ze de tastharen rond het dier, dat zich niet in haar gezichtsveld bevindt; zo krijgt ze informatie over de bewegingen ervan. Een kat gebruikt de tastzin van haar poten pas als blijkt dat een object ongevaarlijk is.

 
  Image: Table Bottom with top link