|
De halswervels hebben een bijzonder groot draaimoment, maar ook vergrootte aanhechtingspunten voor de spieren. Naar achteren in lengte en breedte toenemende ledenwervels dienen hetzelfde doel. De met elkaar versmolten kruisbeenwervels tenslotte stabiliseren het hele skelet en geven het lichaam de nodige stevigheid en evenwicht.
De bouw van een kat is gericht op beweeglijkheid, maar met een veilige verankering van botten en gewrichten. Dit wordt ook bereikt door het ontbreken van overbodigheden: het sleutelbeen is bijvoorbeeld tot een minimum herleid of ontbreekt soms helemaal, wat de schouderbladen meer bewegingsvrijheid geeft en de mogelijkheid zich aan de bewegingen van de voorpoten aan te passen - het lichaam wordt smal en gestroomlijnd.
Deze constructie maakt het katten mogelijk een aanzienlijke snelheid te bereiken. De lang- en hooggebouwde kat dankt dit niet alleen aan het feit dat haar ruggengraat wezenlijk buigzamer is dan b.v. een paard, maar ook omdat ze - zoals al haar familieleden - niet op haar voetzolen, maar alleen op haar tenen loopt; de tenen hebben daarom dikke kussens. Het deel aan de voorpoten dat overeenkomt met de menselijke duim wordt niet gebruikt en is herleid tot een extra klauw. Bij de achterpoten is dat niet het geval, want die hebben slechts vier tenen. De kussens van de zoolballen zijn niet alleen belangrijk voor de zachte gang van de kat, maar werken ook als schokdempers bij het springen en sprinten; de gewrichten en schouders worden daardoor ontlast. Katten zijn 'eelt- en klauwklimmers'. Het kleefeffect van de ballen is voldoende om - bij de juiste snelheid - met een verticale aanloop de bovenkant van een 2 meter hoge gladde muur te bereiken.
Lichaamshouding: silhouet, staart, oren en ogen zijn voor een kat instrumenten waarmee ze haar houding tegenover vrienden en vijanden duidelijk kan maken. Al haar buien, zelfs haar volgende handeling zijn eruit af te lezen. Een evenwichtige gemoedstoestand blijkt uit een horizontale tot lichtjes hangende staart, die weliswaar de lichaamsbewegingen volgt, maar zelf geen opwinding toont. De hals wordt schuin naar boven gehouden, zodat de kop het hoogste punt is. De haren liggen overal glad. De oren zijn gespitst, de ogen opmerkzaam geopend.
Deze houding verandert niet als ze op haar weg een wezen tegenkomt dat ze kent en dat haar absoluut onverschillig laat. Als een bekend wezen dat haar vriendelijk gezind is. op haar toekomt, schiet haar staart verticaal de hoogte in bij wijze van begroeting. Ze versnelt haar stap en zoekt kort lichaamscontact. Weifelend kruist ze het pad van een onbekende als die haar niet bedreigend overkomt. Haar staart krult dan tot een 'S' en het uiteinde trilt als een teken van innerlijke spanning. Haar pupillen vergroten en haar oren zijn strak op de vreemde gericht. Als ze vijanden of rivalen tegenkomt, maakt de kat zich zo groot als nodig is. Daarvoor geschikt ze over meer dan een instrument: ze kan de bekende kattenrug maken, waardoor haar silhouet hoger lijkt. Ze kan haar rug- en staartharen overeind zetten om de omvang van haar lichaam te vergroten. En door op de toppen van haar tenen te gaan lopen, en alle gewrichten van haar poten te strekken, kan ze zich drie centimeter groter maken.
|