Bewitched cartoon Samantha
 

Image: Table Top

 
 

Gregor Johann MendelDe Eerste Wet Van Mendel: Uniformiteitswet 

Deze voor de erfelijkheidsleer belangrijke wet is genoemd naar de ontdekker Gregor Johann Mendel (1822-1884, zie foto).

De nakomelingen hebben met betrekking tot het bewuste kenmerk steeds de helft van de factoren van de ouders geerfd en zijn daarom fokonzuiver.

      vader   moeder              
                 oudergeneratie     AA x BB              
        pijl naar beneden                
      pijltjes links   pijltjes rechts              
    pijl links pijl links   pijl rechts

pijl rechts

           
 

pijl links

 

pijl links

 

pijl rechts

 

pijl rechts

         
              F1- generatie

AB

 

AB

 

AB

 

AB

         
 
  Image: Table Bottom  
  

 

 
 

Image: Table Top

 
   
  Image: Table Bottom (with top link)  
  

 

 
 

Image: Table Top

 
 

De Tweede Wet Van Mendel: Splitsingswet

Deze wet is heel belangrijk voor de fokkerij. Als men de AB-nakomelingen onderling aan elkaar paart ontstaan, wanneer men voldoende paringen onderneemt in deze 2e dochtergeneratie (F2-generatie) AA-, AB- en BB-nakomelingen in de verhouding 1:2:1. Hierbij moet men wel rekening houden met het feit dat de AA-, AB- en BB-nakomelingen niet geslachtsgebonden zijn. Dit soort kruisingen wordt trouwens weinig gedaan (te sterke inteelt).

      vader   moeder              
                 oudergeneratie     AB x AB              
        pijl naar beneden                
      pijltjes links   pijltjes rechts              
    pijl links pijl links   pijl rechts

pijl rechts

           
 

pijl links

 

pijl links

 

pijl rechts

 

pijl rechts

         
              F2- generatie

AA

 

AB

 

AB

 

BB

         

De helft van de nakomelingen draagt de fokonzuivere factoren van de vader en de moeder, een kwart van de nakomelingen draagt de fokzuivere factoren van de vader en een kwart van de nakomelingen draagt de fokzuivere faktoren van de moeder. Er spelen echterook andere factoren een rol; nl. de dominante en recessieve factoren. Deze factoren spelen een grote rol bij het bepalen van de de uiterlijke verschijningsvorm van het nieuwe wezen (en zijn of haar eventuele nakomelingen) dat ontstaat.

 
  Image: Table Bottom with top link