|
Dan gaat de poes op haar zij liggen om haar buik te poetsen, ze wrijft haar achterdijen schoon, buigt haar staart naar voren en bewerkt die ook. Daarna steekt ze een achterpoot naar boven om ook haar achterste te kunnen wassen, waaraan ze trouwens veel aandacht aan besteedt. Ten slotte gaat ze met haar tong nog een keer over haar hele lichaam. Een keer per week verzorgt ze ook de klauwen van haar achterpoten door ze met haar tanden te slijpen. Te lang of te krom gegroeide klauwen bijt ze gewoon af.
Slapen: geen enkel ander zoogdier slaapt zoveel als een kat: tot 20 uur per dag. Echt diep slapen katten maar 4 uur per dag; tijdens rustperiodes en dutjes blijft een deel van hun zintuigen altijd actief. Aan de houding van de kat kunt u zien of ze slaapt of rust: tijdens hun diepe slaap, waarvoor ze meestal een hol opzoeken, zijn hun poten onder hun lichaam geschoven en meestal rollen ze zich u-vormig op. Bij het dutten zijn de ogen niet helemaal gesloten en liggen de poten vrij. Bij een alarm kunnen ze dan in een fractie van een seconde weer rechtop staan, vluchten of jagen. Na een langere slaapfase rekt en strekt een kat zich om haar spieren weer soepel te maken. Ze staat geleidelijk op, maakt een hoge rug, strekt dan de voorpoten zo ver ze kan voor zich uit, maakt daarna dezelfde beweging met haar achterpoten, krult haar staart tot een dubbele 'S' en schudt zich even.
Territorium: twee voorwaarden bepalen de grootte van het territorium van een kat, ongeacht of het een wilde kat of een gecastreerde huiskat is: het voedselaanbod (zie foto :-) en de concurrentie.
Terwijl zwerfkatten voorzichtigheidshalve een groot territorium afbakenen om in slechte tijden toch nog voldoende voedsel te kunnen vinden, nemen goedgevoede stadskatten die bijvoorbeeld in rijtjeshuizen wonen, genoegen met een klein territorium van soms minder dan honderd vierkante meter. In een woning waar meer katten wonen wordt de ruimte gedeeld, maar toch heeft elke kat een eigen territorium.
Hun territorium, hoe groot of hoe klein ook, markeren katten met hun poten, flanken en urine. Dagelijks inspecteren ze de door hen zelf uitgekozen grensposten en brengen opnieuw hun geur aan. Dat gebeurt al tijdens het lopen; de poten geven bij elke stap hun geur af aan de grond. Voormensen is deze geur niet waarneembaar, maar wel voor andere katten. Houten palen worden krachtig met de nagels van de voorpoten bewerkt en ook daarbij dringt de geurstof in het hout.
Harde oppervlakken bewerkt de kat met haar wangen of flanken. Aan beide kanten van de kaken, op het voorhoofd en op de flanken zitten namelijk geurklieren, die gestimuleerd worden door het geven van kopjes en door wrijven. Verder wordt er door poezen en katers urine gesproeid tegen poreus materiaal, ook om hun terrein af te bakenen.
Duidelijk zichtbaar is de voortdurende paraatheid van de kat, ook terwijl ze schijnbaar doelloos door haar territorium slentert. Een wandelingetje wordt plotseling onderbroken als een van haar zintuigen iets interessants registreren. Daar staat de jageres: het puntje van haar staart trilt, haar oren en ogen zijn geconcentreerd op een (voor ons) onzichtbaar doel. In een fractie van een seconde neemt ze een beslissing: jagen of verder wandelen. Wat ze doet komt voort uit ervaring; als ze in het verleden bij een zelfde geluid succes heeft gehad, probeert de kat het opnieuw. Bij een vorige mislukking moet ze nu wel heel hongerig zijn om opnieuw het risico te nemen. Ten onrechte heeft de kat de naam een vogeljager te zijn. Bij wilde katten maken vogels slecht 5% van het voedselpalet uit. In grote steden maken ze wel wat meer slachtoffers onder de vogels, maar dat heeft niet de geringste invloed op de populatie. Uit lichaamsbouw en gedrag van de kat blijkt duidelijk dat het dier een bodemjager is, wiens prooi voornamelijk bestaat uit insecten, knaagdieren en kleine zoogdieren als een mol.
|